Reformanda nr.21, 13e jaargang, 28 mei 2003
Titel: Het gouden kalf
Schrijver: Evert Teunis


Het gouden kalf


En de HERE sprak tot Mozes: Ga, daal af, want uw volk, dat gij uit het land Egypte hebt gevoerd, heeft het verdorven. Zij hebben zich gehaast om af te wijken van de weg die Ik hun geboden had; zij hebben zich een gegoten kalf gemaakt, waarvoor zij zich hebben neergebogen en waaraan zij geofferd hebben, terwijl zij zeiden: dit is uw god, IsraŽl, die u uit het land Egypte heeft gevoerd. (Exodus 32:7 en 8)

Inleiding

In Exodus 32 zien we dat het volk IsraŽl, vlak nadat zij de 10 geboden ontvangen hebben van God, al zondigt tegen het tweede gebod. Zij maken en vereren een gouden kalf.
Nadat God hen bevrijd heeft van de slavernij van de zonden, heeft Hij Zijn geboden gegeven. De geboden van God zijn er om ons in vrijheid te laten leven. Wij willen hier door deze bijbelstudie bekijken wat God ons in Exodus 32 te leren heeft en wat ons dat nu in onze tijd te zeggen heeft.

Het volk IsraŽl zondigt: eigenwillige liturgie

Terwijl Mozes boven op de berg de stenen tafelen van de HERE kreeg, speelde zich onder aan de berg iets ergs af. Het volk IsraŽl wacht op de terugkeer van Mozes. Maar het heeft geen geduld en geen vertrouwen op de terugkeer van Mozes. Er waren er die bedachten hoe zij onder de wetten van de HERE uit konden komen. Op de negenendertigste dag van de veertig brak er opstand tegen de HERE uit. Ze verzoeken Ašron die, in afwezigheid van Mozes, het bestuur was toevertrouwd, met de woorden: ďSta op, maak ons goden. Want Mozes, die man die ons uit het land Egypte heeft gevoerd, we weten niet wat er van hem geworden is.Ē We zien hier de woede en het geweld van een menigte, wanneer zij beÔnvloed en bedorven worden door mensen die erop uit zijn te bedriegen. Verder zien we hoe minachtend en ondankbaar ze over Mozes spreken. Hij bleef veertig dagen op de berg Horeb omdat de HERE hem veel te vertellen had voor het bestuur van het volk. Als hun gezant zou hij zeker zo snel mogelijk bij hen terugkomen om hen in te lichten. En toch gebruiken zij dit voorwendsel voor hun goddeloos voorstel: ďmaak ons godenĒ.
Ook over het uitblijven van de wederkomst van onze Verlosser, de Here Jezus, zijn veel misvattingen. Dit leidt tot veel goddeloosheid. De Here Jezus is in de hemel en bereidt daar onze plek voor. Hij is daar buiten ons gezichtsveld. Nu Hij daar voor ons onzichtbaar is moeten wij door geloof leven. Vermoeidheid van het wachten verleidt ons tot veel verzoekingen. Dit zagen we ook bij de IsraŽlieten toen zij op de terugkeer van Mozes moesten wachten.
In dit verband een voorbeeld uit het Nieuwe Testament. In Openbaring 2:1-7 wordt de gemeente Efeze aangeschreven. De gemeente van Efeze verzaakt haar eerste liefde. Dat wil zeggen dat ze na hun werken en inspanning en volharding om God te dienen de strijd staken. Tijdens de eerstvolgende aanval van de duivel gooien ze het bijltje erbij neer. De Here Jezus roept hen op terug te keren naar de tijd waarin ze God zochten en dwaling bestreden. Ook al kwam het uit hun eigen gelederen, zie vers 2.
Het waren mondige mensen. Had iedereen er inmiddels zijn eigen mening? Zijn eigen opvatting hoe hij God wilde dienen? Sprak men elkaar niet meer aan als iemand van God afdwaalde? Iedereen heeft toch recht op een eigen mening? Hier waarschuwt de Here Jezus Efeze door Zijn dienaar Johannes.
Je moet altijd weer terug naar wat God zegt door Zijn Woord. In het Oude Testament zien we dat Ašron het volk IsraŽl bij de zonde van het gouden kalf niet terechtwijst. Zo niet dan zal God de kandelaar weghalen.

De hogepriester Ašron geeft toe

Ašron geeft toe aan de druk van het volk en keurt daarbij hun wens voor een eigenwillige liturgie goed. In plaats van zich te verzetten. Hij was bang maar wilde wel de leiding houden. Dat deed hij door te zeggen wat ze moesten doen. Hij zei:

Rukt uw gouden oorringen uit en breng ze bij mij.

Vervolgens maakt hij er een beeld van, door de gouden sieraden te smelten en in de vorm van een kalf te gieten. Waarom een kalf? Deze afgod zou vruchtbaarheid geven en de hoorns staan voor kracht. Een beeld kon je vastpakken, er voor knielen, erom heen dansen en er een feest voor houden. En dat gaat het volk IsraŽl dus doen, zie vers 5 en 6. Ašron geeft er nog wel een vrome draai aan door er een altaar voor te bouwen en te zeggen:

Morgen is er een feest voor de HERE!

Zij stonden de volgende dag vroeg op om volgens de oude riten van aanbidding de plechtigheid te vieren.

Mozes springt in de bres

Dan zien we dat de HERE Mozes vertelt wat er beneden de berg gebeurt. Dat zij zich gehaast hebben af te wijken van de weg van de Here en van de wet die Hij gegeven heeft. En waaraan zij beloofd hebben te gehoorzamen. Zij hebben zich een gegoten beeld gemaakt en waarvoor zij geofferd hadden. De HERE wil IsraŽl verstoten door hen te vernietigen.
Wat deed Mozes toen? Was hij boos, blij, droevig of stemde hij in met wat de Here wilde doen?
Nee, Mozes bidt vurig voor IsraŽl tot God. Want Mozes, als afschaduwing van de Here Jezus, bemiddelt op deze manier bij de HERE voor het volk IsraŽl.

Het gebed van Mozes

We zien drie punten in het gebed van Mozes. De eerste is dat hij de HERE vraagt om van Zijn toorn af te keren. Niet dat Mozes vond dat God niet rechtvaardig was, maar dat Zijn toorn niet zo groot zou zijn dat Hij IsraŽl zou verteren. Hij voert aan dat God belang in hen heeft vanwege de grote dingen die Hij al gedaan heeft. Hij heeft hen uit Egypte geleid ondanks de zonden die zij gedaan hebben door de goden van Egypte te dienen, zie Jozua 24:14 en 15.
Als tweede voert Mozes aan het belang van Gods heerlijkheid. Waarom zouden de Egyptenaren zeggen dat God hen uitgeleid heeft om hen te vernietigen in de woestijn en zo God te bespotten.
Ook wij horen ervoor te zorgen dat de naam van de HERE en Zijn Woord niet om ons gelasterd worden. Maar juist verheerlijkt worden.
En als derde voert Mozes de beloften aan die gegeven zijn aan Abraham, Isašk en IsraŽl. God heeft hun zaad vermenigvuldigd en zal hun het land Kanašn geven.
Dan zien we dat God berouw had over het kwaad dat Hij gesproken had Zijn volk te zullen doen.

De reformatie van Mozes

Dan keert Mozes terug naar het volk. We zien dat hij iets lager op de berg Jozua tegenkomt, die op hem wacht. Als hij Mozes ziet zegt hij dat hij krijgsgeschreeuw hoort. Maar Mozes, door God ingelicht, antwoordt dat het rumoer beurtzang is en zwijgt verder. Dit laat zien dat Mozes kwaad was en boosheid hem vervulde.
Het laat ook zien dat Mozes een gelovig mens is, die net daarvoor voor het volk tot God gebeden heeft. Toch kan hij zijn eigen toorn niet de baas. Hij toont zijn misnoegen over de goddeloosheid van het volk. Dat is op zich prima. Maar we zien dat Mozes de stenen tafelen op de grond gooit zodat ze kapot gingen. En dat is niet goed. Dit deed hij toen hij het gouden kalf en de reidans zag.
Dan laat Mozes aan het volk zien dat zij hun toevlucht hadden genomen tot een god die hen niet helpen kan. Hij verbrandt het gouden kalf met vuur en vermaalt het tot stof. Hij strooit het op het water en laat dit door het volk opdrinken. Op deze manier laat hij hun blijken dat hun afgod niets is in deze wereld.

Na gedane zonde mag je toch opnieuw voor de HERE kiezen

We zien dan dat Mozes er toe over gaat om de schuldigen te straffen. Hij begint bij Ašron, al was hij niet de eerste die begon, hij was wel verantwoordelijk. Ašron vraagt of Mozes niet boos op hem wordt want door het volk moest hij dit doen.
Hij vergoelijkt en verbergt op deze manier zijn aandeel in de zonde.
Laten wij hiervan leren dat ook wij niet onze schuld afschuiven op anderen. Hoe snel doen we dit niet? Zelfs de eerste mens op aarde deed dit:

niet ik maar de vrouw die U mij gegeven heeft...

zie Genesis 3:12.
Vervolgens moet de zonde geoordeeld worden. Mozes gaat dan in de poort van de legerplaats staan en zegt:

Wie is van de HERE? Die kome bij mij!

Wie voor de HERE kiest, kiest tegen de eigenwillige godsdienst. Dan komen de Levieten tot hem. Dan zegt hij tot hen: In de naam van de HERE: Omgord uw zwaard en ga door de legerplaats en dood een ieder die hierbij betrokken is, ook al zijn het familieleden of vrienden. De Levieten deden alzo en er vielen ongeveer drieduizend doden. Dan zegt Mozes:

Weest heden de HERE gewijd en wel om heden een zegen over u te brengen.

Dit om ons te laten zien dat ze een Gode welgevallig werk deden. De HERE herstelt het verbond door het volk te verlossen van de zonde.

Mozes bemiddelt opnieuw bij de HERE

De volgende dag zegt Mozes tegen het volk dat ze een grote zonde hebben begaan en dat hij tot de HERE zal opklimmen om voor hun zonden verzoening te krijgen. Tegen God zegt Mozes dat het volk een grote zonde begaan heeft en of Hij hen wil vergeven en zo niet, verderf mij dan. Mozes laat hier een afschaduwing zien van de Here Jezus. Mozes vraagt om vergeving van deze zonde, het gouden kalf, bij God en wil desnoods zichzelf opofferen.
De Here Jezus als de echte en enige middelaar stelt Zijn leven ter beschikking om onze zonden op zich te nemen om ons zo met God te verzoenen. Mozes wist niet of God hun zonden zou vergeven maar de Here Jezus wist van tevoren al dat Hij Zijn volk zou krijgen door Zijn zoendood.
In het antwoord van de HERE op het gebed van Mozes zien we dat de HERE Zijn volk lief heeft en een rechtvaardig en tevens barmhartig God is. Hij gaat met het volk verder en stuurt Mozes naar beneden om hen naar het land Kanašn, het land van de belofte, te leiden en belooft verder dat een engel voor hen uit zal gaan.

Conclusie

We kunnen zeggen dat we ook nu nog moeten strijden tegen eigenwillige godsdienst. Dat we uitgaan van de woorden die God tot ons spreekt en dat we niet ons eigen ik op de voorgrond zetten. Dat we Hem dienen zoals Hij vraagt.


Om over na te denken:

- Wat zijn de gouden kalveren nu in 2003?
- Welke plaats heeft de liturgie bij het bewaren van mijn geloof?
- Wat heeft het gebed van Mozes ons te zeggen voor ons geloofsleven?
- De belijdenisgeschriften zijn een goed hulpmiddel om een gouden kalf in deze tijd te ontmaskeren.
- Een vorm zonder inhoud is een gouden kalf.